Bereidingswijze
Verwarm de oven voor op 180°C (hetelucht). Doe het zelfrijzend bakmeel met de suiker en een snuf zout in een kom. Snijd de koude boter in kleine blokjes, voeg toe en wrijf met je vingertoppen tot een kruimelig mengsel. Boen de sinaasappel schoon en rasp de oranje schil erboven. Klop het ei met de melk los, voeg toe en kneed kort tot een soepel deeg.
Verdeel het deeg in 16 gelijke balletjes, ter grootte van een walnoot. Bestuif het werkblad met wat meel. Rol 2 balletjes uit tot een dunne sliert van circa 30 centimeter en draai de twee helften om elkaar heen. Vorm er een kransje van en druk de uiteinden goed op elkaar. Herhaal met de rest van het deeg.
Leg de kerstkransjes op de bakplaat en rooster in 15 minuten goudbruin. Laat afkoelen. Pers de halve sinaasappel uit en meng 2 eetlepel met de poedersuiker tot een dik glazuur. Doe het glazuur in een boterhamzakje of spuitzak en knip de punt van het zakje. Versier de afgekoelde koekjes met het glazuur.